Nico Molenkamp

In de uiteindelijke, rijpe stijl, waarin de schilder Molenkamp zichzelf gevonden heeft, blijkt allereerst geen plaats meer te zijn voor de tegenstelling tussen figuur en fond, zoals die nog in zijn portretten en figuren uit de jaren vijftig aanwezig zijn.
Alles wat leeft wordt zo dicht mogelijk naderbij gebracht, in meer dan één opzicht. Zo wordt wat nog halve of drie-kwart figuren konden zijn nu tot koppen, die ongeveer het hele beeldvlak vullen, er vaak zelfs nog door afgesneden worden. En die koppen staan dan niet voor een fond, blijken integendeel veeleer op te doemen binnen een “ruimtelijkheid”, die evenmin achter als vóór het vlak van een schilderij schijnt te bestaan, zonder volledig aan ruimtelijke klank in te boeten.